G DATA XDR

Configuratie van G DATA Agent

De G DATA Agent beschikt over verschillende configuratiemogelijkheden die via de opdrachtregel kunnen worden aangestuurd.

U kunt de configuratie uitvoeren met --config. De optie --config stelt de gewenste configuratie in en vereist geen extra parameter (behalve de parameters die voor de gewenste configuratie nodig zijn).

De gdata.agent.exe bevindt zich onder Windows in de map Programma’s onder \G DATA\Agent en onder Linux in /opt/gdata/agent/.

Optie Configuratie Parametertype Beschrijving

--config

Instellen van configuratieparameters bij bestaande installaties.

--proxypacurl

string

Stelt een Proxy-PAC-URL in die voor de backendcommunicatie wordt gebruikt.

--proxyurl

string

Stelt een proxy-URL in die voor de backendcommunicatie wordt gebruikt.

--proxyusername

string

Stelt een proxygebruikersnaam in die voor de authenticatie van de backendcommunicatie wordt gebruikt.

--proxypassword

string

Stelt een proxypaswoord in dat voor de authenticatie van de backendcommunicatie wordt gebruikt.

--proxybypass

string

Stelt vóór de installatie een proxy-bypass in die voor de backendcommunicatie moet worden gebruikt.

U kunt meerdere configuraties in één opdracht combineren.

Voorbeeld met --config

gdata.agent.exe --config --proxyurl myProxyURL --proxyusername myUsername --proxypassword myPassword

→ Stelt voor de geïnstalleerde G DATA Agent de opgegeven proxy-instellingen in.

Foutcodes

Voor betere foutopsporing worden hier de codes vermeld die bij een fout kunnen worden geretourneerd. De logbestanden bevinden zich onder Windows in \ProgramData\G Data\Agent\agent\Logs en onder Linux in /var/log/gdata/agent/.

Foutcode Beschrijving

1001

Fout; bekijk de logs om de exacte oorzaak van de fout vast te stellen.

1002

De herstart na de deïnstallatie van het vorige product staat nog open. Start het systeem opnieuw op om het probleem te verhelpen.

1003

De voor de installatie vereiste Setup ID is niet opgegeven. Probeer de installatie opnieuw en geef een geldige Setup ID op.

1004

Het systeem bevat artefacten die de installatie verhinderen. Verwijder de artefacten handmatig; u kunt in de log van de Agent (C:\ProgramData\G DATA\Agent\agent\Logs) zien welke artefacten nog aanwezig zijn.

1005

Verbinding met G DATA Cloud Services niet mogelijk. Controleer indien nodig de proxy-instellingen.

1006

De combinatie van de opdrachtregelparameters is niet toegestaan.