G DATA XDR
Woordenlijst G DATA XDR
Welke begrippen kunt u tegenkomen in verband met G DATA MXDR en wat betekenen ze?
Agent |
G DATA-software die op een endpoint draait. De Agent bevat de sensoren en communiceert met een backend. |
||
Agent ID |
Een waarde die elke Agent-installatie, onafhankelijk van de apparaatnaam, uniek identificeert. Dit maakt het mogelijk om apparaten met dezelfde naam te beheren binnen een organisatie-eenheid. |
||
G DATA Cloud Backend |
Elke soort machine waarop de diensten worden uitgevoerd die nodig zijn voor het leveren van G DATA-productdiensten. U kunt verschillende diensten aanbieden, zoals bijvoorbeeld incidentdetectie, configuratie, telemetrie of een webinterface. |
||
Endpoint |
Een apparaat met een besturingssysteem zoals Windows, Linux, Mac, iOS of Android, waarop een G DATA Agent is geïnstalleerd. Dit kan bijvoorbeeld een laptop, desktop-pc, server of een virtuele machine zijn. Momenteel wordt Microsoft Windows ondersteund. Andere besturingssystemen zullen volgen. |
||
Endpoint-sensor |
Een component (binnen de Agent) die op endpoints draait en events van een bepaald type kan verzamelen. Onder andere bijvoorbeeld het aanmaken of verwijderen van processen/bestanden, toegang tot de Windows Registry, vermeldingen in de Windows Event Viewer (eventlog) van het besturingssysteem, of ook software-de-installaties/-installaties. |
||
Endpoint-actor |
Een component (binnen de Agent) die bewerkingen kan uitvoeren op endpoints. Onder andere bestanden verwijderen, processen beëindigen of de uitvoering daarvan voorkomen, en het blokkeren van bepaalde netwerkverbindingen. |
||
Endpointstatus |
De actuele toestand van het endpoint, gemeten en gemeld via de communicatiekanalen van de Agent. Bijvoorbeeld: geïnstalleerd. |
||
Deployment-advies |
Technisch advies over de migratie van uw bestaande oplossingen. |
||
Frontend |
Elke soort gebruikersinterface die zichtbaar is voor geautoriseerde gebruikers. |
||
De Kick-off is de eerste bijeenkomst van ons G DATA Security Operations Team met de verantwoordelijke projectdeelnemers binnen uw organisatie.
|
|||
NIS2-richtlijn |
|||
Onboarding |
Hiermee wordt de praktische uitvoering bedoeld van de vastgelegde afspraken uit de Kick-off, respectievelijk de Review. |
||
Response-module |
Deze module is opgenomen in de G DATA Agent. Via deze module krijgen onze G DATA Security Analysten toegang tot de endpoints om het security-incident te analyseren en, indien mogelijk, te verhelpen (uitgezonderd op de systemen die u van deze toegang hebt geblokkeerd). |
||
Review |
In de Review wordt het doelprofiel van uw persoonlijke G DATA MXDR-product vastgesteld op basis van de inzichten en afspraken uit de Kick-off, dat vervolgens in de Onboarding wordt uitgevoerd. |
||
Setup ID |
Een ID waarmee bij een installatie van de G DATA Agent een koppeling aan de organisatie-eenheid mogelijk is. |
||
Security-incident |
Elk alarm (melding) dat zich op een endpoint voordoet, is in eerste instantie een incident en krijgt een unieke ID. In sommige gevallen kunnen verschillende alarmmeldingen van verschillende sensoren van de Agent als bij elkaar horend worden geïdentificeerd. In dat geval worden de verschillende meldingen samengevoegd tot één incident met één ID. |
||
Threat Intelligence |
Ook wel "threat intelligence" genoemd. Hiermee wordt bedoeld alles wat G DATA over een bestand, een proces, een URL of iets vergelijkbaars weet en kan toewijzen. |
||
Deprecation / deprecated |
Gebruikelijke term in softwareontwikkeling. Duidt een softwarefunctie of softwareversie aan die nog wel werkt, maar waarvan het gebruik niet langer wordt aanbevolen. Meestal is er een nieuwer alternatief waarvan het gebruik wordt aanbevolen. |